woensdag 29 mei 2013

Vermogensbegeleiding, een nieuw vakgebied


De vermogensbegeleider als nieuwe vakman?
Eens in de zoveel tijd ontstaat er een nieuw vakgebied. Deze vakgebieden worden vaak ingeluid door nieuwe ontdekkingen of innovatieve technieken en producten. Soms worden de oude toepassingen daarbij snel verdrongen, soms blijven de oude toepassingen bestaan en hebben zij een blijvend bestaansrecht. Wat heeft dat allemaal met de titel van dit artikel te maken?

Laat me dit illustreren met een aantal voorbeelden
De medische wetenschap heeft zich als vak ontwikkelt van medicijnman tot dokter tot specialist tot superspecialist. Alhoewel we beschikken over plastisch chirurgen, ooglasertechnici en dergelijke zijn de huisarts en de huis-tuin-en-keuken-middeltjes gebleven. Wat we zelf konden doen of kunnen leren, blijven we zelf doen of gaan we veelal zelf doen. Echter technieken van een níet alledaagse orde blijven vragen om gespecialiseerde ‘vak’-mensen en verdieping.

Zo werkt het ook met een meer alledaags vakgebied zoals elektrotechniek. Sommige technieken en toepassingen werden daarbij wél snel verdrongen. Zo is de zwart-wit-tv snel verdrongen voor kleur en de beeldbuis onderging recentelijk een dito lot toen de platte schermen op de markt kwamen. Ze gingen uit productie en zijn niet meer verkrijgbaar. Oude technieken maken dan plaats voor nieuwe en verdwijnen soms helemaal. Een techniek die veel langzamer is verdrongen is bijvoorbeeld de stoommachine en het gebruik van kolen.

En wat de mensen betreft die zo’n oud vak uitoefenen, betekent dat omschakelen geblazen, en dat blijkt menselijkerwijs meestal niet zo eenvoudig te zijn.

Sommige behoeften en vernieuwingen zijn erg duidelijk, zoals bij de TV, maar andere zijn we slechts latent bewust. Het definiëren van een behoefte of probleem en het vinden van een oplossing gaat lang niet altijd in een flits. Tekortkomingen, ziekten en problemen vragen om research- of onderzoekstijd.

Financiële en vermogensplanning
Alhoewel het soms lijkt alsof financiële planning (de verre neef van vermogensbegeleiding) als dienstverlening al eeuwig bestaat, is het pas kort geleden, sinds de opkomst van de computer, dat de financiële planner in de richting van een beroepsgroep is geëvolueerd. Zolang we nog met telmachines werkten, en dat was echt nog zo tot de jaren tachtig [..], was het aantal berekeningen dat nodig was voor een levenslange planning onmogelijk. Gewoon omdat het te tijdrovend was.
  
Ongebreidelde rekensnelheid in spreadsheets was destijds de belangrijkste innovatie die aan de basis heeft gelegen van de ontwikkeling van persoonlijk financiële planning. Het doorrekenen en de mogelijkheid tot het leggen van overzichtelijke verbanden zorgden voor nieuwe en interessante doorkijkjes naar de toekomst waarmee een individuele klant van een financieel planner zijn voordeel kon berekenen. Naast de gewone financieel adviseur die productadvies en -verkoop tot stand bracht ontstond een ‘expert’ die een hoop zaken in een totaaloverzicht met elkaar in verband kon brengen. De eerste spelers op dit speelveld konden zo een grote indruk maken op hun klanten. Gevolg was dat het financieel plan meer dan één product en marge tegelijk kon distribueren, waardoor de extra benodigde werkzaamheden bekostigd konden worden. Het mes sneed aan vele kanten. 

We typeren dergelijke nieuwe speelvelden soms met de term ‘de onafgegraasde weide’ of ‘blue ocean[i]. In een ver ontwikkelde verdringingsmarkt zijn we er altijd, bewust of onbewust, naar op zoek..

De volgende generatie
De volgende generatie adviseur wordt geboren uit nieuwe generatie problemen. De financiële crisis maakt duidelijk dat er in de financiële sector op hoog en laag niveau een bepaalde bedrijfsblindheid heeft opgetreden. Als dit niet waar zou zijn dan hadden we er immers niet allemaal zoveel last van gehad. Hoe het ook zij, zowel overheden als markten met al haar deelnemers hebben een probleem als een boomrang naar zich terug zien slaan. Er was bijna geen ontkomen aan. Enorme vermogensreserves zijn verloren gegaan en dreigen nog verloren te gaan. 

Welke principes zijn over het hoofd gezien, hoe hadden we onszelf individueel of als maatschappij hiertegen kunnen beschermen? Wat waren of zijn mogelijke oplossingen?

We zoeken dan oplossingen die voor iedereen kunnen gelden, niet voor een kleine groep handige of wakkere handelaren. Een antwoord op deze vragen zou dan een nieuw vakgebied opleveren, zoals een loodgieter voor iedereen een oplossing biedt.

Klaarblijkelijk is een financieel plan alleen niet genoeg. Mensenlevens en markten zijn dynamische zaken en psychologisch gedreven. Vaak worden we meegesleept in slechte gewoontes omdat emoties de overhand krijgen op rationeel handelen. Hoe kunnen we ons beschermen tegen dingen als massagekte en hebzucht? Wie of wat kan ik nog geloven?

Eén ding is zeker, een constante alertheid is een factor. Een ander ding is ook zeker, zonder je gedrag te toetsen aan een bepaalde strategie is de kans groot dat je jezelf verliest in de waan van de dag. Monitoren, toetsen en begeleiden van vermogen en alle krachten die erop kunnen inwerken is een must gebleken. Dit is een nieuw niveau, maar ook de volgende stap die binnen de financiële wereld noodzakelijkerwijs kan worden toegevoegd om een herhaling van financiële schade en drama’s te voorkomen. De noodzaak van een vermogensbegeleider, een huisvader, een mentor rondom iemands vermogen is geboren… of beter gezegd, is zichtbaar geworden.

Vermogensbegeleiding
Een vermogensbegeleider is geen vermogensbeheerder. Een vermogensbegeleider koppelt zich los van beheer en bewaar en is als zodanig met een ander of nieuw vak bezig. 

Het gaat de begeleider erom gezamenlijk objectieve en rationele keuzes te maken in het risicomanagement van iemands individuele welstandsituatie. Juist daar, waar het de individu aan kennis en expertise ontbreekt en geneigd is strategie en tactisch handelen uit het oog te verliezen. Of te worden meegesleept door snelle onafgewogen financiële tips of aanbiedingen: de stormachtige waan van de dag.

Hiervoor is nieuwe kennis vereist. Strategische kennis. Monetaire kennis. Kennis van asset classes, beheerstijlen, methoden van performance- en risicomanagement. Tot het niveau, dat gezamenlijk de constante rationele beoordeling van iemands portefeuille en doelstellingen kan worden gewaarborgd. Dit betekent dat we de verantwoording van goed beheer niet overdragen of van ons af moeten schuiven, maar naar ons toetrekken en er meer verantwoordelijkheid voor moeten nemen. En dat lukt niet vanzelf, niet zonder opwaardering en het integreren van de vereiste kennis.

Hier ontstaat de vermogensbegeleider als een speciaal soort specialist, met nieuwe technieken en gereedschap. Iemand die op maat alle vermogensrisico’s kan scannen en een diagnose kan stellen over lange termijn welstand. En daarbovenop met de uitkomsten als een soort architect de juiste beheerders kan toevoegen voor een duurzame evenwichtige toepassing van het VermogensPlan. Oftewel weten waar Abraham de mosterd haalt. Zoiets lukt niet alleen, samenwerking is het devies.

Afdoende Functiescheiding, training en opleiding, het juiste netwerk van specialisten zijn van het grootste belang. Een nieuw niveau van dienstverlening wordt dan mogelijk binnen een nieuwe configuratie. Een nog onafgegraasde wei? Zo ja, dan zijn automatisch ook weer nieuwe rendementsniveau's en goede verdienmodellen mogelijk. 

Specialiseren betekent echter veranderen en dat kost moeite, een investering in communicatie, tijd, geld en persoonlijk energie. En daar is altijd een factor ondernemerschap bij betrokken. Dat geldt in dit geval voor zowel de vermogenden als de specialisten.

***


[i] De term blue ocean is geïntroduceerd door het gelijknamige boek van W. Chan Kim en Renée Mauborgne waarin de case wordt gemaakt voor innovatie. De Rode Oceaan staat voor de bestaande marktruimte met bestaande spelers en regels, waarin de spelers elkaar hard beconcurreren in een poging zo veel mogelijk van de markt te veroveren. Doordat de ruimte beperkt is, kan dit uitmonden in moordende concurrentie en als gevolg hiervan van het figuurlijk vloeiende bloed, de Rode Oceaan. De Blauwe Oceaan staat voor de nog onbekende en onontgonnen marktruimte, waar dus ook nog geen concurrentie aanwezig is. Hier creëert men marktruimte, in plaats van er met anderen om te vechten. (Wikipedia).

woensdag 18 april 2012

Persoonlijk budget - het venijn zit 'm in de staart


COLUMN Ventura maart 2012

Rondkomen nu is een kwestie van goed plannen. Maar wat dacht u van rondkomen straks? Dat vereist meer dan goed plannen!

Of heeft u op uw schouder één van de duiveltjes die lui in uw oor fluistert:

"Dat zie ik straks wel"
"Ah, dat loopt wel los, dat komt wel goed"
"Ik heb straks veel minder nodig"
"Daar zorgt mijn accountant voor"
"Wie dan leeft wie dan zorgt"

Zo makkelijk komt u er niet vanaf helaas. Pensioen is niet vanzelfsprekend meer, voor niemand. Als uw koopkracht iets te plotseling terugloopt met 70%, is armoe troef, en er zijn nogal wat scenario's die daaraan bijdragen:
  1. Onderindexatie van pensioen 
  2. Kortingen op pensioen
  3. Geldontwaarding
  4. Verhoogde kans op hyperinflatie 
  5. Stijgende prijzen door schaarsere eerste levensbehoeften (energie, zorg)
  6. Overspannen huizenprijzen die dalen
  7. Vergrijzing
Belangrijke vragen komen op. Hoe schrijnende omstandigheden  voorkomen? Wat kunt u zelf nog doen met uw resterende arbeidsvermogen? Wat kunt u het beste doen met ander vermogen?

Het ontwikkelen van een strategie voor de komende 20 tot 30 jaar is in deze economie is bepaald geen luxe, het is een overlevingsvoorwaarde geworden.

Dat vereist meer dan goed plannen, het vereist uitmuntende planning en een gespecialiseerde begeleider.

Met vriendelijke groet,

Pim de Koekkoek

woensdag 15 februari 2012

Beheer & Risico Indicatoren 2

Maatstaven

Deel 1: “Als we ons strategische en tactische huiswerk hebben gedaan en kwalitatieve beheerders, boutiques of huizen hebben onderscheiden, dan volgt (pas) de beoordeling van hun product.  Er zijn daarvoor aantal maatstaven in gebruik die vaak ook vermeld staan ‘factsheets’ en publicaties van ‘rating’ agentschappen”.

Zonder achtergrondkennis weet de gemiddelde leek meestal niet wat een ‘R-kwadraat’ van 19 of een ‘beta’ van 1,21 is. Om die statische getallen een betekenis mee te geven behandelen we in twee delen de belangrijkste risico indicatoren.

In het eerste deel behandelden we:

1.    Up Down Market Capture Ratio
2.    Tracking Error
3.    Standaard Deviatie
4.    Sharp Ratio
5.    Risico Opbrengst Grafiek
6.    R-squarred of R-kwadraat


In deel twee maken we het dozijn indicatoren vol:

7.    Informatie Ratio

De Informatie Ratio wordt bepaald door het verschil in resultaat van een jaar ten opzichte van de benchmark* te delen door de Tracking Error (standaard deviatie van de out-performance).
*(zie definitie deel 1, hier de Standard & Poor 500 Index)

Het meet de grootte en consistentie waarmee een investering zijn benchmark verslaat. Hoe hoger de Informatie Ratio hoe beter.

De Informatie Ratio is een op risico gecorrigeerde maatstaf die de afwijking meet van het actieve resultaat en deze relateert aan de afwijking van het actieve risico.

De Informatie Ratio wordt gebruikt om op een zeker moment de mate van agressiviteit van verschillende managers met elkaar vergelijken.

Een goede denkwijze over de Informatie Ratio is als maatstaf hoe goed je wordt beloond voor elke stukje extra risico dat je neemt.

Als zodanig kan de Informatie Ratio een waardevol gereedschap zijn bij de evaluatie van een managers om waarde toe te voegen gerelateerd aan oplopend risico. Als tool echter alleen waardevol als de benchmark correct gekozen en passend is.

8.    Duration

Duration meet de geschatte beweeglijkheid van de koers van een obligatie bij een kleine verandering in de marktrentes.

Bijvoorbeeld: als een obligatieportefeuille een Duration heeft van 5 voor een 1%-verandering in rentetarieven omhoog of omlaag, dan zal de koers van de obligatie met ongeveer 5% stijgen of dalen.

In veranderlijke rentemarkten kan Duration een investeerder erop attent maken hoeveel beweeglijkheid zijn portefeuille zal doormaken. Dit wetende kan de investeerder hierop anticiperen en zijn portefeuille zo nodig aanpassen.

9.    Correlatie


Correlatie is een statistische maatstaf hoe twee categorieën ten opzichte van elkaar bewegen. Correlatie wordt uitgedrukt in een factor van +1 tot -1.

Een correlatie van +1 betekent dat de categorieën, fondsen of portefeuilles perfect positief gecorreleerd zijn en als het ware als een tandem gelijk bewegen. Als de een omhoog gaat, gaat de ander ook omhoog.

Bij een correlatie van -1 bewegen de prijzen van de fondsen of categorieën perfect negatief gecorreleerd, spiegelbeeldig, in tegengestelde richting.

Bij de inrichting van een portefeuille is correlatie een belangrijke overweging. Correlatie kan je vertellen hoe managers in een portefeuille samen zullen presteren.

Portefeuilles met laag of negatief correlerende managers neigen er toe minder beweeglijk te zijn en minder risicovol.

10.    Beta


Beta laat de beweeglijkheid van een beheerder zien ten opzichte van zijn benchmark. Specifiek het resultaat van een fonds in een gegeven periode toen de index met 1% steeg of daalde.

Een Beta boven de 1 is volatieler dan de index, terwijl een Beta onder de 1 minder volatiel is dan de index.

Beta kan gebruikt worden om de gevoeligheid te meten van een manager in een bepaalde markt. NB: Een lage Beta duidt dus alleen op het feit dat het risico’s van een manager gerelateerd aan de markt laag is. (Standaard Deviatie is de maatstaf van een fonds haar absolute beweeglijkheid).

R-kwadraat is een statistiek die hierbij in de vergelijking betrokken moet worden, omdat dit het percentage bewegingen reflecteert van een manager dat kan worden verklaard met de bewegingen van haar benchmark, en dus aangeeft of het wel een passende benchmark is.

11.    Batting Average


De ‘Batting Average’ van een manager ten opzichte van zijn benchmark is de verhouding tussen het aantal periodes dat de manager zijn benchmark versloeg en het totaal aantal periodes.

De Batting Average toont de consistentie van out-performance.
Bijvoorbeeld: de manager versloeg de benchmark in 8 van de 11 periodes. De Batting Average voor deze manager is dan 73%. Idealiter zoek je een manager met een Batting Average groter dan vijftig procent.

12.    Alpha


Alpha bemeet de voor het risico van de manager aangepaste resultaten, anders dan die van de markt zelf.

Een hoge Alpha impliceert dat de manager beter presteert dan verwacht, gegeven zijn Beta (beweeglijkheid). Daartegenover indiceert een negatieve Alpha dat een manager onderpresteert gegeven de verwachting op basis van Beta.

Alpha leunt op 2 factoren. (1) de aanname dat marktrisico, zoals gemeten door beta, het enige risico is dat gemeten hoeft te worden en (2) de kracht van de lineaire relatie tussen een manager en haar index zoals die is gemeten door R-kwadraat.

Formule: Portefeuilleresultaat minus (risicovrije rente + beta x (benchmark- of marktresultaat - risicovrije rente)

(NB Een negatieve Alpha kan soms worden veroorzaakt door de extra kosten die worden verwerkt in de resultaten van de manager vergeleken met de benchmark index).

---------------------------------------------------------------------

Ik hoop dat een geïnteresseerde belegger de in gebruik zijnde terminologie van factsheets van vermogensbeheerders en ratingkantoren met bovenstaande uitleg wat beter kan plaatsen en interpreteren.

Ieder zijn vak, dat is ook waar: het is altijd handig te kunnen terugvallen op een specialist als je niet vaak met bepaalde materie te maken hebt. Dan rest mij nog te zeggen ‘be our guest’, en schroom dan niet.


Met vriendelijke groeten.


Pim de Koekkoek        Leer meer via www.vermogenspartner.nl

zondag 15 januari 2012

PFP Forum 2012

Zoals u weet proberen wij u met deze Blog up to date te houden. Persoonlijke Financiële Planning maakt als onderwerp onderdeel uit van ons werk. Wat is dan niet beter u te attenderen op het PFP Forum 2012. Daarbij komt, dat ik daar namens VermogensPartner een geselecteerde groep mag uitnodigen.

PFP Forum 2012
24 januari 2012
Eureko Conference Centre
Zeist

“Het PFP Forum is het kennis- en ontmoetingspunt voor financieel planners en adviseurs. Het PFP Forum bestaat sinds 1999 en biedt nu voor de veertiende keer een bruisend en innovatief platform voor professionals om met elkaar in contact te treden. Op het PFP Forum hoort en ziet u de laatste ontwikkelingen en trends in uw vak, zowel nationaal als internationaal en actualiseert en verdiept u uw inhoudelijke kennis. PFP Forum is de levendige combinatie van visie, praktische tips en persoonlijke contacten.”

In de bijlage treft u een verkort overzicht van het programma. U kunt u inschrijven voor diverse educatieve sessies of workshops, waarvan wij er ook een verzorgen. Meer informatie vind u via de link: www.pfpforum.nl.

U bent hierbij door ons uitgenodigd. U kunt zich aanmelden via bovengenoemde website. Door gebruik te maken van onze kortingscode verkrijgt u kosteloze toegang tot het congres.

U kunt mij desgewenst persoonlijk bezoeken op onze stand.

Dus, wellicht tot ziens op de 24e en met vriendelijke groeten.

Pim de Koekkoek        Leer meer via www.vermogenspartner.nl

vrijdag 16 december 2011

Beheer & Risico Indicatoren 1

Maatstaven voor beoordeling beleggingsfondsen

Als we ons strategische en tactische huiswerk hebben gedaan en kwalitatieve vermogensbeheerders, boutiques of huizen hebben onderscheiden, dan volgt (pas) de beoordeling van hun product.  Er zijn een aantal maatstaven in gebruik die vaak vermeld staan in publicaties van ‘rating’ agentschappen (een bekende is Morningstar bijvoorbeeld).

Zonder achtergrondkennis weet de gemiddelde leek meestal niet wat een ‘R-kwadraat’ van 19 of een ‘beta’ van 1,21 is. Om die statische getallen een betekenis mee te geven behandelen we dit keer zes van de twaalf belangrijkste 'risico indicatoren'.

  1. Up Down Market Capture Ratio  

De Up/Down Market Capture Ratio laat zien welk deel van het resultaat van een markt door een manager is gepakt in op- en neergaande markten in vergelijking met een benchmark. Een benchmark is een referentiepunt of maatstaf. Bij beleggen is dat meestal een index, in dit geval de Standard & Poor 500, die de grootste markt van 500 aandelenfondsen in de VS vertegenwoordigd.

Een ‘Up Market’ is gedefinieerd als de perioden waarin het resultaat vergeleken met de benchmark positief was, en een ‘Down Market’ is gedefinieerd als de perioden waarin het resultaat vergeleken met de benchmark negatief is.

Dit is relevant. De ideale plek op deze grafiek is de hoek linksboven omdat dit indiceert dat de manager beter presteert dan de benchmark, zowel in opgaande markten als neergaande markten. Hij pakt meer dan 100% van het resultaat in positieve perioden en minder dan 100% van het resltaat in negatieve perioden.

  1. Tracking error

De Tracking error is een maatstaf voor hoe goed een manager de benchmarkt volgt en wordt gemeten als de standaard deviatie van het verschil tussen de resultaten van de beheerder en de index.
Het is van belang omdat een professionele belegger zowel naar relatieve als absolute performance kijkt. Een instrument zoals de Tracking Error kan gebruikt worden om een acceptabele range vast te stellen bij de evaluatie van een beheerder.

Stijl, aandelenselectie, transactiekosten en vergoedingen kunnen een hoge Tracking Error veroorzaken. Een actieve manager wiens sector en selectieproces sterk afwijkt van een index kan een hoge Tracking error vertonen.

Van een passief beheerd index fonds wordt verwacht dat het de resultaten van een index zo goed mogelijk dupliceert, en zou een lage Tracking Error moeten hebben.

  1. Standaard Deviatie

De Standaard Deviatie is de statistische meting van de afwijking en spreiding van resultaten rondom hun historische gemiddelde.  Met andere woorden, hoe extreem een resultaat van een portefeuille varieert over een bepaalde tijdsperiode.

Het wordt belangrijk geacht omdat beleggers hiermee de waarschijnlijkheid en het bereik van mogelijke resultaten trachten te voorspellen.

Als een aandeel of fonds een hoge Standaard Deviatie heeft, dan heeft de mogelijke uitkomst van het resultaat een breed bereik naar boven en naar beneden. Dit duidt op een hoge beweeglijkheid of ‘volatiliteit’.

  1. Sharp Ratio

De Sharp Ratio is ontwikkeld door William F. Sharpe als een voor risico aangepaste maatstaf. Hij wordt berekend door de standaard deviatie te gebruiken met het surplus aan resultaat om de opbrengst per eenheid risico te bepalen. Hoe hoger de Sharp Ratio, hoe beter de voor risico gecorrigeerde prestatie.

De Sharp Ratio is van belang om dat het een maatstaf is voor investering efficiency, uitgedrukt in een hoeveelheid resultaat per eenheid van het daarbij behorende risico.

Het kan gebruikt worden om direct 2 beheerders te vergelijken op hoeveel meeropbrengst een beheerder bereikt bij een bepaald niveau van risico.

  1. Risico Opbrengst Grafiek

Een Risico Opbrengst Grafiek laat de relatie zien tussen de opbrengst van een portefeuille of fondsbeheerder en het bijbehorende risico uitgedrukt in Standaard Deviatie.

De ideale plek in de grafiek is de linker bovenhoek. Dat indiceert dat de portefeuille de benchmark heeft overtroffen met minder risico. Dezelfde grafiek kan ook gemaakt worden om een beheerder te vergelijken met het gemiddelde van zijn sector.

  1. R-squarred

R-squarred of R-kwadraat representeert het percentage bewegingen van een beheerder dat verklaard kan worden door de bewegingen van zijn benchmark (index).

Waarden kunnen variëen van 0 tot 100, waar 0 geen verband of correlatie indiceert en 100 een perfecte correlatie. Een R-kwadraat van 35 bijvoorbeeld betekent dat slecht 35% van de fluctuatie van de beheerder verklaart kan worden door de bewegingen van de benchmark index.

R-kwadraat kan gebruikt worden als extra bevestiging van het belang van een bepaalde ‘Alpha’ of ‘Beta’ (hierover later meer).
Hoe hoger de het R-kwadraat, hoe meer vertrouwen we kunnen putten uit de waarden van Alpha en Beta.

Idealiter wil je een benchmark die een R-kwadraat heeft van 85% of hoger ten opzichte van je beheerder. Aan de andere kant betekent een R-kwadraat van bijna 0 dat het gebruik van de waarden van Alpha of Beta niet veel nut hebben omdat de beheerder vergeleken wordt met een niet bijpassende benchmark.

In deel 2 van dit onderwerp Beheer & Risico Indicatoren, dat ik de volgende keer zal behandelen, zal ik verder ingaan op Alpha, Beta, Batting Average, Correlatie, Informatie Ratio en Duration, die samen met bovenstaande gegevens de 12 belangrijkste Risico Indicatoren vormen die in gebruik zijn.

Met vriendelijke groeten.

Pim de Koekkoek             Leer meer via www.vermogenspartner.nl

zaterdag 19 november 2011

Vermogen en tactiek 2


Welke vermogensbeheerder is betrouwbaar? Wie beheerst het best de aan- en verkooptechnieken voor u? Hoe kom ik daar achter? Op hoeveel paarden moet je wedden? Past een uitvoerder of product bij mijn strategie en horizons? Nog meer tactische vragen die vooraf gaan aan beleggen. Maar huiswerk is vaak een stiefkind.

Stiefkind

We houden ons als mens graag bezig met techniek en koppen graag een bal erin. Een strategie of koers uitzetten is ook nog wel leuk werk. Tactiek is het stiefkind er tussen in.

Bij tactiek gaat het over posities, afstemmingsproblemen en allerlei lastige hindernissen, die vragen om speciale coördinerende aandacht en veel noest werk. Werk dat men daardoor neigt te vermijden, te vergeten, maar waar zonder die inspanning geen optimaal resultaat mogelijk is. Tactiek, een taai en misschien saai hoofdstuk, maar o zo bepalend. Werk dat gewoon gedaan moet worden.

Partnerkeus

Samenwerken is nodig in een gespecialiseerde wereld. Maar vaak laten mensen daarbij niet duidelijk zien waar hun belang ligt, sterker, er wordt bedekt dat die belangen niet synchroon lopen met die van u. Dat is een belangrijk tactisch probleem. Ergens schuilt een botsing die uw resultaat drukt.

Als lezer van deze artikelen kent u ongetwijfeld nog ‘De anatomie van de hypotheeklast’ en het onderdeel  ‘Eerste voorwaarde’. ‘Wie betaald wie voor wat?’ was een belangrijke vraag.

Mensen doen hoofdzakelijk waarvoor ze betaald worden. Als een beleggingsfonds geld incasseert ongeacht uw resultaat, dan is de kans klein dat uw resultaat wordt bewaakt of geoptimaliseerd

Als een bank eigen beleggingsfondsen verkoopt, waar zij aan verdient, is er een grote kans dat een betere concurrent niet goed belicht wordt in een advies van die bank.

Wie betaalt wie voor wat? Is niet alleen een essentiële vraag voor een lage maandlast, maar ook voor een bovengemiddeld beleggingsresultaat. Met een belangenverstrengeling op de achtergrond is de kans op een geoptimaliseerd resultaat heel klein.

Selectie
Je wil graag worden bediend door een topexpert, wie niet. Maar hoe selecteer je die?
Kan een professional amateurs beoordelen? Meestal wel. Kan een amateur professionals beoordelen? Helaas niet.

Om goede professionals te onderscheiden en voor uw wagen te krijgen hebt u professionele beoordelaars nodig.
Uw eigen expert/begeleider is niet een specialist die zijn eigen product moet verkopen.

Een onafhankelijk expert/partner kiezen en inhuren die samen met u kijkt naar de verschillende vermogensbeheerders en uw resultaat in het vizier houdt is een belangrijke tactische voorwaarde voor resultaat.

Het moge duidelijk zijn als we dit propageren, dat VermogensPartner zo georganiseerd is. Onze organisatie is er per definitie niet op uit zelf producten te maken. Dat zou onmiskenbaar onze kijk en keuze vertroebelen op andere goede producten.

Criteria

Waar moet je op letten bij de keuze van een uitvoerende beheerder? Het vereist voorbereiding en werk, maar uw begeleider moet dergelijke criteria weten en doet er verstandig aan die vooraf vast te leggen om het toetsen objectief en rationeel te maken.

We noemen een aantal voor de hand liggende:
1.   Heeft het bedrijf, de vermogensbeheerder een vergunning?
2.   Heeft het bedrijf een korte of lange historie?
3.   Wie zijn het management en zijn zij gekwalificeerd?
4.   Is het bedrijf administratief goed genoeg geoutilleerd?
5.   Is er voldoende functiescheiding?
6.   Is zij marktleider in een vermogensklasse of beheerstijl?
7.   Is duidelijk wie er aan de knoppen zit?
8.   Is een fonds transparant?
9.   Kun je zien wat je koopt oftewel kun je exact te weten komen wat er in de portefeuille zit?
10.        Zijn er verifieerbare track records?
11.        Wordt er meegespeeld in de Premier League van een (asset) klasse?

En zo zijn er meer ‘APK-punten’. Zonder zo’n check met een positieve uitkomst lopen we grote kans ergens vast te lopen.

Kosten lenen zich voor de meer gemakkelijke analyse. Is kosten een tactisch aspect? Puur sec als vergelijkingsmaatstaf niet. Sommige spelers in de markt zijn immers gewoon erg goed, en omdat zij dat zelf ook weten vragen zij soms meer voor hun werk dan andere spelers. Kosten is een factor, maar voor dubbeltje kom je niet op de eerste rang te zitten, dat geldt ook hier. Een Mercedes bouw je niet met de goedkoopste onderdelen.

Voor een beter rendement betaal je vaak meer, vaak omdat de performance fee hoger uitvalt door een prima resultaat. Dat is op zich juist een gezonde afhankelijkheid.

Soms lopen kosten en performance uit verband. Dat kun je uitrekenen en meten; wel (laten) doen dus, zo voorkom je de ‘woekeraars’ in een portefeuille.

Topclubs versus voetbal
De vergelijking met topsport gaat hier op. Ook onder vermogensbeheerders heb je meerdere topclubs met allerlei technische spelers en speelstijlen. Je kunt lastig voorspellen welke club er in een bepaald jaar kampioen wordt.

Dat blijkt gelukkig ook niet nodig te zijn voor een optimaal beleggingsresultaat. Zolang we onze inleg maar diversificeren over meerdere kanshebbers uit de kopgroep. Als u vervolgens gemiddeld 2e of 3e wordt scoort u top.

U herinnert zich de debacles zoals het Icesave sparen en de Lehmon Brother obligaties wellicht? Het is tactisch wijs over meerdere ‘huizen’ of vermogensbeheerders te diversificeren om eenzijdige clubdebacles niet een te grote invloed op uw portefeuille te laten hebben. Er zijn duizenden beheerders en tienduizenden fondsen. Waarom kiezen voor één of drie?

Stiefkind? Ook dit diversificeren  kost gevoelsmatig ‘rompslomp’, een extra inspanning, waarop vaak te gemakkelijk wordt bezuinigd. Maar dit is op zijn Engels  ‘penny wise and pound foulish’. De bezuiniging op die inspanning staat in geen verhouding tot het risico en mogelijk verlies.

Tactisch diversificeren qua stijl binnen een vermogenscategorie
Je weet niet altijd welke speelstijl winnend is in een bepaalde tijdsperiode. Er bestaan namelijk een groot aantal beleggingsboetieks en familiebedrijven die zich voortdurend trachten te onderscheiden qua werkwijze ten opzichte van de meer standaard grootbanken en daarmee op een unieke wijze performance weten te behalen.

Zo kan een obligatieportefeuille deels gebaseerd op Azië, deels op hypotheken en deels op bedrijven verder gediversificeerd zijn. Partijen die moeite doen om zich hierin te specialiseren onderscheiden zich vaak door een visie en een beter resultaat. Omdat deze resultaten minder correleren, minder verband met elkaar hebben, wordt de portefeuille een stuk stabieler.

Net als in de muziek als in de sport bepaald een speler of analist in vermogensbeheer zijn eigen werkwijze of speelstijl. Soms betekent een andere aanpak een hoger rendement in combinatie met langer wachten, hetgeen dan afgestemd moet worden bij iemands horizon.

Een portefeuille wordt beter en veiliger als je meer kwalitatieve partijen weet te onderscheiden en deze tactisch weet in te zetten.

Maar dit kost dus energie. Daarvoor moet permanent gewerkt worden. Net als in het voetbal is de economie geen statisch gebeuren. Er is een verdringingsmarkt en positiespel aan de top. We dienen continue alert te zijn of er bij de fondsen wijzigingen optreden zoals nieuwe managers, nieuwe analisten. Uiteindelijk is het resultaat afhankelijk van degeen die met de knikkers speelt.

Het vereist een permanent monitoren van monetaire krachtenvelden, beleggingsmarkten, vermogensbeheerders en analisten om in de top te blijven meedraaien.

Het optimaliseren is een kwestie van organiseren. Eenduidige strategie, beleid, tactiek, stijl en een eenduidige monitoring zijn een zaak van samenwerking.

Zolang een ieder zich onafhankelijk kan focussen op zijn specialisme en daar resultaatgericht mee bezig is wordt er invulling gegeven aan de welbekende win-win-situatie.

Met andere woorden: zonder een tactische aanpak ontbreekt een hoeksteen van organisatie. Zonder een goede organisatie doe je niet mee in de top.

Tot zover een wat taaier en minder toegankelijk onderwerp. Tactiek wordt boeiender als je ontdekt welk verschil het kan maken. Omdat het minder toegankelijk is, is het goed hier een systeem voor te hebben.

Hoe beoordeel je eigenlijk de kwaliteit van verschillende fondsen? U heeft wel eens van alpha, een TER of een sharp ratio gehoord? Allemaal technische termen, waarop we volgende keer éénmalig wat uitgebreider ingaan om het gebruik van kwaliteitsmeting wat inzichtelijker te maken. 

Met vriendelijke groeten.


Pim de Koekkoek             Leer meer via www.vermogenspartner.nl