maandag 14 maart 2011

Welstand, aspecten en valkuilen

Laten we eerlijk zijn, een vrolijke onbezorgde oudedag, dat is eigenlijk niet in geld uit te drukken. Toch moeten we dat doen als we die willen genieten.

Het betekent simpel of u straks kan blijven rondkomen op het welstandsniveau dat u gewend was. En met name de leuke dingen kunnen blijven doen, zoals het kunnen bijstaan van je kinderen of het behoud van dat stukje extra luxe, zoals een reisje of uitje, een feestje of cadeautje.

Maar het betekent misschien boven alles uw geestelijke en lichamelijke conditie onderhouden en de zorg en inspanningen die dat kost kunnen dekken.

Wat de welstand is die iemand gewend is bepaalt zij of hij natuurlijk helemaal zelf. Richt je je op het ‘met weinig toe kunnen’ of het hebben van ‘veel bronnen’?  Het zijn beide goede bestaansstrategieën.  In het algemeen zoeken we iets van beide; ons eigen kunnen of de omgeving kan daarbij weldadig of zuinig ontwikkeld zijn en ieder van ons past zich daarop aan.

Met andere woorden er is niet een standaard formule voor welstand. Iedereen bepaalt zelf wat zijn kwaliteit en kwantiteit van leven behoort te zijn. Hebben we die eenmaal behaald, dan willen wie graag continueren en verdedigen.

Immaterieel en materieel

Gemiddeld gezien hechten we veel belang aan opvoeding, normen en waarden, kennis en vaardigheden. Dat maakt immers dat we met fatsoen kunnen samenleven en geen armoe hoeven lijden. Bekwaamheid en ethiek zijn persoonlijke zaken, die van invloed zijn op uw welstand. Onze welstand kan dus niet zomaar losgekoppeld worden van wat we immaterieel gezien belangrijk vinden.

VermogensPlanning is daarom allereerst gebaseerd op wat we belangrijk vinden oftewel onze persoonlijke doelstellingen.

Hiervan afgeleid zijn, afhankelijk van waar onze wieg gestaan heeft en de opleiding die we hebben genoten, de kapitaalbehoeften die met de verwezenlijking van die doelstellingen verbonden zijn.

Risico’s en valkuilen

OK, laten we ons voorstellen dat u gewend bent 4000 euro per maand te verteren.
Uw hypotheek is hier onderdeel van, en ook uw buurt en status die u gewend bent, uw auto, vakanties enzovoorts. De ervaring leert dat eenmaal verworven uitgaven snel wennen en lastig zijn in te perken. Dat brengt met zich mee dat u in uw nadagen van uw leven waarin u minder actief kunt zijn hiervoor afdoende reserves moet creëren.

Het verleden leert ons echter dat er om ons heen gevaren zijn. Natuurgeweld, piraterij, oorlogen etc. Hoe zien deze gevaren of valkuilen eruit in onze moderne tijd? Iemand zei ooit: “Anarchie is maar drie maaltijden van ons vandaan”. Veel draait daarom om een stabiele omgeving en het genereren van inkomen/vermogen en (het behouden van) de koopkracht van vermogen.

Om verlies van inkomen en koopkracht te voorkomen zullen we de belangrijkste bedreigingen moeten onderkennen:

  1. Economische crisis en verlies van werk
  2. Het gevaar van waardeverlies van bezit, zoals een huis
  3. Gaten in de ‘ideale’ pensioenopbouw
  4. Risico van meer kosten voor zorg en Aow (minder draagvlak door vergrijzing 1)
  5. Begrotingstekorten en staatsschulden (minder draagvlak door vergrijzing 2)
  6. Het gevaar van geleidelijk koopkrachtverlies = pensioenerosie
  7. Opkomst Azië, groei wereldbevolking en potentiële schaarste van energie en grondstoffen
  8. Het hyperinflatiespook = pensioendestructie (snelle geldontwaarding of prijsstijgingen)
  9. Financierbaarheid van uw langleven’risico’
  10. Force majeure, (burger)oorlogen, onteigeningen


Geldschepping en schuldencreatie

Veel van bovengenoemde bedreigingen hebben te maken met monetair en economisch beleid waarop u geen invloed kan uitoefenen. Regeringen voeren op dit moment een ruime geldscheppingpolitiek en lenen er al langer op los om uit de hand gelopen begrotingen dekkend te krijgen. Het is niet de vraag hoe dat mogelijk is na 25 jaar van bezuinigen… ; maar de vraag is wel hoe u zich tegen de gevolgen en gevaren ervan kunt beschermen.  Als u niet voorbereid bent op dit soort scenario’s, dan kan u worden verrast.

Voorbeeld
Vergelijk geldontwaarding met verwatering van aandelen. Stel een bedrijf maakt 100 euro winst en heeft 100 aandeelhouders die elk 1 euro winstaandeel ontvangen.
Het bedrijf wil expanderen en vraagt investeerders om geld om te expanderen. Er komen 900 aandeelhouders bij. Het expansieplan slaagt maar ten dele. Twee jaar later maakt het bedrijf 200 euro winst. 200 euro delen met 1000 aandeelhouders betekent echter nu 20 cent winstaandeel. Het aandeel is ‘verwaterd’ over een grotere pool rechthebbende aandeelhouders. Uw inkomen is met 80% gedaald. Zo kan het ook gaan met de koopkracht van geld als de overheden resp. centrale banken niet effectief zijn met de aanwending van geleend of gecreëerd geld. Geld- of schuldcreatie waar geen productie tegenover komt te staan leidt zo uiteindelijk tot geleidelijke of snelle geldontwaarding.

Sinds de gouden standaard is verlaten, is de geleidelijke geldontwaarding gemiddeld zo’n 4% per jaar. Dit betekent een prijsverdubbeling van uw levensonderhoud in 17 jaar, maar ook een verviervoudiging in 34 jaar. Het is ook niet ondenkbaar dat prijzen in enkele jaren verdubbelen: hyperinflatie. Geleidelijk of niet, al deze periodes vallen binnen de levensverwachting van mensen zoals u en ik.

Het plannen van welstand over een periode van 35 jaar, inclusief het ‘langlevenrisico’ vergt heden ten dage  een ander realisme dan dat ‘mijn pensioenfonds ervoor zorgt’.

Risico’s die bekend zijn kunnen gelukkig beheerst en aangepakt worden met strategie en tactiek. VermogensPartner noemt dat de ‘strategische risicobeheersing’.  Ook daar liggen er bij de uitvoering enkele nieuwe barrières (zie vorig artikel) die geslecht moeten worden.

Dit vraagt om enige verdere uitleg, want hoe beveilig je dan je huidige en toekomstige welstand, bijvoorbeeld tegen een instabiele monetaire omgeving? Of hoe kun je dan toch zeker weten dat je je schaapjes (beschermd) op het droge hebt?

In de volgende Ezine zal ik ingaan op de strategische risicobeheersing.

Met vriendelijke groet,

maandag 14 februari 2011

VermogensPlanning, Introductie

Pensioen, toekomstig inkomen, oudedag, welstand. In het centrum hiervan vinden we vermogen. Hoe u vermogen creëert, reserveert, opbouwt, beheert, onttrekkingen doet vereist continue adequate professionele aandacht. Hieraan wordt echter al te vaak niet voldaan omdat er klaarblijkelijk licht wordt gedacht over dit onderwerp.

Ten behoeve van een beurspresentatie op het PFP Forum 2011 heb ik recentelijk het artikel ‘Vermogen op Scherp’ geschreven. (PFP staat voor Persoonlijke Financiële Planning). Het artikel gaat in op de ‘acuutheid’ van vermogen vandaag de dag. Eigenlijk is het artikel ook van belang voor niet professionals, dus neem ik het op in deze Ezine.


Babyboomers en andere spanningsvelden

Over 2 jaar gaan de eerste babyboomers met pensioen en wordt de versnelling van de vergrijzing van de bevolking ingeluid. Maar dat is niet het enige belangrijke krachtenspel waar we mee te maken krijgen. Uit bovenstaand artikel kunt u opmaken welke dreiging er uit gaat van de discrepantie tussen de groei van de wereldbevolking (gerapporteerd per 29 januari 2011: 6.934.196 mensen) en de tanende energiereserves.

Figuur: De wereldolieproductie kan de vraag en populatie niet meer bijhouden

 

Andere spanningsvelden  zijn de crisis, penibele staatsfinanciën, de dreiging van hyperinflatie en de opkomst van Azië en het Midden Oosten. Vermogen op Scherp is daarom geen overdrijving. Manoeuvreren binnen dergelijke monetaire en mondiale bewegingen vereist alertheid, kennis en specifieke maatregelen. Terwijl de graaicultuur moet plaatsmaken voor inzicht in lange termijn denken, wordt dat steeds lastiger onder deze toenemende druk. Er is gelukkig ook een kracht, de digitalisering en het internet, die de benodigde versnelling om het tij te keren kan helpen bewerkstelligen.

Spelen met vermogen is als spelen met vuur. Onachtzaamheid kan fataal zijn. Het is van essentieel belang deze niet te misbruiken, te verspillen. Maar dat mag niet leiden tot het onaangewend laten van vermogen voor constructieve zaken. Kapitaal is het zaad van toekomstige generaties.

Vermogenserosie kent vele gezichten, die vaak gemaskeerd zijn. Er kan dus  maar beter genoeg over bekend zijn. Ik hoop dat deze artikelen daartoe zullen bijdragen.

Kernbegrippen

Alvorens ik in deze serie zal ingaan op aspecten van VermogensPlanning voor een individu is het goed een overzicht te geven van tien centrale thema’s of kernbegrippen waaromheen het denken in VermogensPlanning zich afspeelt.

1.   De levensverwachting van de man en de vrouw
(op elke leeftijd heeft een Nederlander een unieke eigen levensverwachting, het geeft richting het gemiddelde ervan te monitoren)

2.   Het ‘langlevenrisico’
(u heeft 50% kans dat u langer leeft dan het gemiddelde, hiervoor dient u voorzieningen te treffen)

3.   Koopkracht, koopkrachtcorrecties
(als een dief in de nacht wordt u geleidelijk beroofd van uw koopkracht, inflatie is de verwatering van de waarde van geld en obligaties en derhalve vaak ook uw pensioen)

4.   Beoogde welstand versus vermogensbehoefte voor 30 tot 40 jaar
(Wie dan leeft, wie dan zorgt is een dooddoener. Plannen over lange periodes vereist een bepaald realisme die niet vaak wordt toegepast.)

5.   Opbouwfase versus verteringsfase
(Er is een groot verschil in de strategie en technieken voor opbouw van vermogen ten opzicht van het verteren van vermogen)

6.   Vermogensconversieproblemen
(Het is onmiskenbaar dat u verscheidenheid in beleggingen dient na te streven, maar er zijn valkuilen bij het omzetten van de ene vorm van vermogen in de andere vorm van vermogen. Zo heb je het  instapprobleem, het verkoopprobleem, het liquiditeitsprobleem)

7.   Allocatievolgorde
(Bedoeld wordt hier de toedeling aan verschillende beleggingen, waarbij volgorde belangrijker is dan rendement)

8.   Gewenste nalatenschap
(Zoals kinderen, goede doelen)

9.   Stromen van dividend en rente versus inkomensdoelstellingen
(Er is een praktisch verband tussen feitelijk uitkeerbare dividenden en rente en al dan niet een inkomensbehoefte.)

10.       Opbrengstratio’s  na inflatie, belasting en kosten
(Er zijn vele aanbieders en een woud van mogelijkheden. Fiscaal zijn er mogelijkheden en barrières. In hoeverre zijn de kosten ok en de belangen gelijk gericht met u als belegger)


Altijd alert

Of u nu vermogend bent of niet, u ontkomt er niet aan alert te blijven en daarbij bereid te zijn om acties te ondernemen voor uw vermogen.

Als u een echte rijkaard bent ligt er het probleem van vermogensbehoud en het verantwoord gebruik ervan. De overheid is ook behoeftig, dus dient u te waken voor fiscale onttrekkingen en nieuwe wetgeving. En dan heeft u nog uw verantwoording met betrekking tot het nalatenschapbeheer.

Voor gemiddeld vermogenden, ligt er daarbovenop de extra kwetsbaarheid indien er niet goed wordt omgegaan met het vermogen. Deze kwetsbaarheid komt naar voren in het verlies van welstand tijdens de oudedag, waar we hopen onbezorgd te genieten of ons de vereiste zorg te kunnen veroorloven tijdens onvermijdelijk te verwachten fysieke gebreken. Een tekort aan vermogen kan straks leiden tot schrijnende toestanden.

Voor niet vermogenden doemt daarbij simpel ook nog het scenario op van doorwerken na pensioendatum.

Met andere woorden, oriënteert u zich goed voordat u denkt dat u in de comfortgroep zit of dat u het makkelijk redt.

We leven in een sociale samenleving die ons gemakkelijk kan doen indutten, de waarheid is echter dat u dan risico’s loopt en de samenleving in verval kan raken. Dus laten we ervoor gaan en de vermogenskoe bij de horens vatten.

Uiteindelijk bent u natuurlijk zelf eindverantwoordelijk voor uw eigen situatie, maar gelukkig zijn er steeds meer VermogensPartners en hoeft u hierin niet alleen te staan.

Wordt vervolgd en met vriendelijke groet,

Pim de Koekkoek
VermogensPartner     Leer meer via www.vermogenspartner.nl

vrijdag 14 januari 2011

Speculeren

Speculeren is een menselijke eigenschap. Niet alleen op financieel gebied, al spreekt dat waarschijnlijk het meest tot de verbeelding. Dat ook bij speculatie het hoofd koel gehouden moet worden, en dat men bewust moet zijn waarmee men aan de gang gaat, lijkt voor zichzelf te spreken. Onderstaand artikel gaat wat dieper op dat aspect in.

Speculeren en mensen

Men belegt: men maakt geld rentegevend. Zo kan men beleggen in obligaties.

Men speculeert: men handelt met het oog op winst door gebruik te maken van koers- en prijsveranderingen. Zo kan men speculeren in aandelen en aanverwante zaken als opties en warrants.

Er zijn dus verschillen aan te geven tussen beleggen en speculeren. Maar in de praktijk worden beide termen door elkaar gebruikt. Het kernpunt is immers dat beleggers en speculanten er beide op uit zijn om rendement uit hun activiteiten te halen, vanuit welk gezichtspunt dan ook.

Het is veel belangrijker om meer aan de weet te komen over de kansen en risico’s die de beleggersmarkt ons kan bieden. Het temperament van de belegger is daarbij mede bepalend of men op deze markten mogelijkheden ziet.

Visoen

Juist omdat mensen die mogelijkheden zien, gaat men tegelijkertijd over tot actie. Daardoor treden er verschillen op in vraag en aanbod in een bepaalde periode. Koersen ontwikkelen zich daardoor in trends – hausse- of baissegericht.

In gunstige markten kan er plotseling iets veranderen in het ‘sentiment’. Mensen ontwikkelen visioenen van rijkdom en beginnen steeds agressiever te opereren, naarmate de winsten groeien.
Zo kunnen in de groei van een hausse alle aspecten van eigendom van volstrekt ondergeschikt belang worden. Het gaat niet meer om een deelneming in Royal Dutch Shell, of een dividendrendement. Het gaat om het vooruitzicht van een prijsstijging op korte termijn. Een inkomen uit het bezit, of het genot van het gebruik ervan, of zelfs de feitelijk waarde worden dan academisch.

De speculant is verlost van de last van eigendom, en kan zich volledig concentreren op zijn handwerk: opereren op de optiemarkt, turbo’s, baisseaffairres, kredietfaciliteiten.
Maar is hij ook verlost van ethisch handelen?

Excessen

Het kader van dit artikel is te klein voor een diepergaande  beschouwing over ethiek. In de eerste plaats omdat dit een sterk persoonsgebonden filosofie is.

Het nemen van risico’s stelt mensen in staat om een sprong voorwaarts te doen. Bovendien is het uitbuiten van kansen voor onze economie een voorwaarde. Een liquide kapitaalmarkt is immers een voorwaarde om projecten met een hogere risicograad van start te laten gaan.

Anderzijds kennen we ook excessen in speculatie, voor het merendeel gebaseerd op – letterlijk – inhaligheid. Het is een vorm van wildgroei in de menselijke neiging tot ontplooiing. Volgens de wet van Newton hebben wij de neiging lijnen door te trekken, tot in het exponentiële als het enigszins kan.

Wanneer wij met zijn allen de prijzen ver overdrijven, vergeten wij nog wel eens, dat er een onderliggende waarde aan ten grondslag moet liggen, in de vorm van een product of productie. Zoals een Bank een goudvoorraad  bezigde ter dekking van het bankpapier.

Als we dan twee maal de bouwkosten voor een huis gaan betalen, kan er iets misgaan. Dit kan echter een bewust risico zijn, dat we willen nemen. Instinctief beproeven wij hoever de grenzen zijn, want in ons korte bestaan is ontplooiing een belangrijke drijfveer. Hier putten wij uit de natuurwetten voor maximale overleving.

Het kan de mensen nooit verboden worden om (financiële) risico’s te nemen. Aan de gevolgen van excessen is niemand schuldig. Het is een onderdeel van onze menselijk natuur. Ons hiervan bewust te zijn, en daarnaar te handelen, is een onderdeel van onze persoonlijke ethiek. Maar ook van succesvol beleggen.

De Florida Boom

Naast een aantal loffelijke karaktertrekken vertonen veel mensen de drang om snel rijk te worden, met een minimum aan inspanning. Merkwaardig genoeg kan dit ons tot grote prestaties drijven. Maar ook tot verregaande excessen. De beruchte Florida Boom is daar een wrang voorbeeld van.

Omstreeks de helft van de jaren twintig van de vorige eeuw werden Miami, Miami Beach, Coral Gables en de gehele kust tot aan Palm Beach ‘getroffen’ door speculaties in bouwgrond. Waarom?

Florida had een beter klimaat dan New York, Chicago en Minneapolis bij elkaar. Hogere inkomsten en betere vervoersmogelijkheden maakte de staat in toenemende mate bereikbaar vanuit het kille noorden. De tijd zou aanbreken dat de jaarlijkse vlucht naar het zuiden een even regelmatig als indrukwekkend natuurverschijnsel zou worden als de trek van de wilde ganzen vanuit Canada.

Op dit onontbeerlijke element van concrete feiten bouwden mannen en vrouwen een wereld van speculatie en fantasie. Een wereld die niet wordt bewoond door mensen die moeten worden overtuigd, maar door mensen die een excuus zoeken te geloven.

In het geval van Florida wensten zij te geloven dat het gehele schiereiland binnenkort zou worden bevolkt door vakantiegangers en zonaanbidders, de mensen van de nieuwe tijd, waarin opmerkelijk weinig gewerkt zou hoeven worden. De drukte zou zo groot worden dat alle stranden, moerassen, veengronden en kreupel-bossen grote waarde zouden krijgen.

Speculatie is echter niet alleen afhankelijk van het vermogen tot zelfbedrog. In Florida werd grond verkaveld in bouwpercelen, en verkocht tegen een eerste aanbetaling van 10%. Voor de kopers waren dit even onaantrekkelijk terreinen als voor een toevallige voorbijganger. Maar de kopers waren ook niet van plan er zelf op te gaan wonen. Het was zelfs niet eenvoudig te geloven dat er ooit iemand zou gaan wonen. Dit was echter een academische overweging. De werkelijkheid was dat dit twijfelachtige bezit met de dag in waarde steeg. In de tijd van veertien dagen kon men de grond met een zoet winstje van de hand doen. De prijzen spiraalden omhoog.

Het is een kenmerk van de geestesgesteldheid bij deze vorm van speculatie dat, met het verstrijken van de tijd, de neiging om verder te kijken dan de feiten omtrent waardestijging, sterk vermindert. Dat hoeft ook niet, zolang het aantal mensen dat koopt met de bedoeling om de zaak met winst te verkopen, in een redelijk tempo blijft doorgroeien, zodat de prijzen zich in redelijke stijgende lijn doorzetten.

Droom

Gedurende dat hele jaar 1925 bracht de jacht naar ‘moeiteloze’ rijkdom een bevredigende groeiende mensenstroom naar Florida. Iedere week werd er meer grond verkaveld. Onder de nogal rekbare term ‘kuststrook’ werden allengs terreinen verkocht die op tientallen kilometers in het binnenland lagen. Zo bleken ‘voorsteden’ op opmerkelijk afstand van de stad zelf te zijn gelegen.

Toen de speculatie zich noordwaarts uitbreidde verkocht een ondernemende inwoner uit Boston, Charles Ponzi, vele percelen bouwgrond ‘in de omgeving’ van Jacksonville. Dat was zeker nogal rekbaar; de grond lag honderd km ten westen van de stad. Of de tuinstad Manhattan Estates “op niet meer dan twaalfhonderd meter van de welvarende, en snelgroeiende stad Nettie”. Er was een klein probleem: de stad Nettie bestond niet.

Omdat zoveel speculanten de grond van elkaar opkochten, was het eertijds zo nederige lapje grond uitgegroeid tot het meest begerenswaardige bezit. De droom begon de werkelijkheid te overvleugelen.

Het vervoersaanbod naar de staat Florida verdubbelde zich zo snel dat de spoorwegen in de herfst van 1925 gedwongen werden een embargo op niet-essentiële goederen in te stellen. Hieronder vielen - ironisch genoeg – ook de bouwmaterialen die nodig waren om de ‘tuinsteden’ te bouwen.

Maar in het volgende voorjaar begon de stroom nieuwe kopers af te nemen. En zij zijn van levensbelang voor het doen stijgen van de prijzen. De stuwkracht van een waarachtige speculatiedrift – en die van Florida had inmiddels epische proporties aangenomen – was echter niet in een oogwenk tot stilstand te brengen. Een tijdlang kon de groei van de welbespraaktheid van de verkopers een tegenwicht vormen voor het afnemende aanbod van kopers. Zelfs William Jennings  Bryan, die eens met gezaghebbende stem had gedonderd dat de mens werd gekruisigd op een gouden kruis, werd ingeschakeld bij het iets minder verheffende werk van het verkopen van stukken drasland.

Storm

Het was de Florida Boom echter niet eens beschoren op een indrukwekkende manier te bezwijken onder haar eigen gewicht. De aanleiding was wat prozaïscher: in de herfst van 1926 raasden twee wervelstormen over Florida en bliezen de zeepbel aan flarden. Ze lieten – in de woorden van de auteur Frederick Lewis Allen – zien “wat een verkoelende tropische bries kan aanrichten, als zij haar aanloop begint in West Indië”.

Er kwamen honderden mensen om het leven, en van duizenden werden de daken afgerukt. Tonnen water spoelden door de straten van Miami en deponeerden daar een aantal fraaie jachten, niet langer meer zeewaardig. Tienduizenden ,mensen hadden hulp nodig.

Men was het er over eens dat deze stormen ook een gezonde adempauze waren in het speculatieklimaat, en het duurde nog wel even voordat de laatste flarden van de zeepbel verwaaid waren. Zo toonde Florida-speculanten zich bezorgd over de inzameling van gelden door het Rode Kruis ten bate van de slachtoffers van de ramp. Dit zou het imago van de staat meer schaden dan de ontvangen gelden. Het is ook op dit punt dat speculatiedrift zich van haar minderfraaie kant liet zien.

Maar het einde van de Florida Boom was gekomen. Vele speculanten werden straatarm, anderen overleefden het avontuur. Het was niet wereldschokkend, al haalde de Boom ook de Europese kranten. Maar het gaf aan hoe gemakkelijk de mens de realiteit – en meer – uit het oog kan verliezen.

Er zouden meer speculatieschandalen volgen, want waar risico’s genomen worden, worden ook fouten gemaakt. Maar de Florida Boom is klassiek geworden, omdat zij aangaf hoezeer mensen de realiteit – ook die van speculeren – uit het oog kunnen verliezen, of begraven onder dromen, totdat er punt was waar de realiteit er helemaal niet meer toe deed. Koopakten en eigendomsoverdrachten waren reëler dan de drassige, zompige moeraslanden van Florida.

Helaas zijn tornado’s echt levensgevaarlijk echt. En dan is een koopakte niet meer dan papier dat wegwaait en blijft liggen als een verfrommelde droom.

*   *   *

Tot zover de serie over analyse en beleggersgedrag.  Volgende keer start ik met een serie artikelen over de aspecten van een veilige oudedagsvoorziening en de rol daarbij van strategie en vermogensplanning.

Pim de Koekkoek


woensdag 8 december 2010

Analysetechnieken

“Ik liet mijn studenten een economische analyse van de jaren dertig uitvoeren, zonder dat ik ze een jaartal gaf. En weet je wat? Volgens hen was er helemaal geen beurskrach geweest.”

John K. Gallup, econoom

Er zijn vele, zeer vele vormen van analyse in omloop. Van briljante borreltafelgesprekken tot complexe computermodellen. Voor ons zijn de instrumenten echter minder belangrijk dan de doelstellingen van een analyse. In de beurswereld komen vooral de fundamentele en technische analyse aan bod.

Fundamentele analyse
Bij de fundamentele analyse bestuderen de onderzoekers  de individuele ondernemingen, waarbij men zich vooral richt op de te verwachten winsten en dividenden.

Een onderdeel van de analyse kan daarbij ook het meer branchegerichte onderzoek zijn – bijvoorbeeld die van de staalindustrie of de elektronische industrie – waarbij men sterkte en zwakte analyses betrekt: de concurrentiepositie op de wereldmarkt, de positie in eigen land, de wijze van bedrijfsvoering.

Het doel van de ze analyse is om gezonde kwaliteitsfondsen te selecteren. Maar ook landen met een gunstig economisch perspectief. Deze methode wordt vooral toegepast voor beleggingen op langere termijn.

De technische analyse
De technische analyse  bestudeert vooral de statistiek van beurskoersen over langere
termijnen. De onderzoekers zetten prijs en volume fluctuaties uit in grafieken over een korte of langere periode. Dit geeft de mogelijkheid om trends van effecten- en goederenbeurzen te analyseren.

Op deze koersen kan men wiskundige en statistische formules ‘loslaten’, waardoor er afgeleide grafieken ontstaan met indicatoren die een voorspellende waarde kunnen bevatten.

Een technische analyse verschaft vooral gegevens over de kracht van bewegingen op de korte termijn. Aan de hand hiervan tracht men ook de gevoeligheid van de markt te meten. Vooral als signaalfunctie wordt deze analysevorm zeer veel toegepast. Bekende technieken die hieruit ontwikkeld zijn, zijn de zogenaamde stop loss technieken.

Vooral handelaren die inspelen op kortstondige prijsverschillen zullen deze analysevorm gebruiken.

Marktwerking
Een markt heeft over het algemeen twee neigingen: om te keren en om tegen de algemene publiek opinie in te gaan.

Het zou wat voorbarig zijn om te denken dat we met voorgaande analysemethoden de korte en lange termijnmarkt zouden kunnen beheersen. Al eerder hebben we gesteld dat de mens en zijn beslissingen het centrale punt is. Daarom worden markt- en massapsychologie steeds belangrijker. In dit kader willen we slechts een tweetal methoden aantippen.

Elliot Golf theorie
In de dertiger jaren heeft Ralph Nelson Elliot een tamelijk gedetailleerde beschrijving van massamarkten opgesteld. Aan de hand daarvan kon hij aantonen dat de psychologie van de “beleggersmarkt”  permanent verschuift van pessimisme naar optimisme, en terug.

Het bijzondere ervan was dat hij daarin regelmatige ritmische volgorden kon onderscheiden, resulterende in specifieke prijspatronen.


Daarbij gaat deze analysevorm er vanuit dat de psychologie van de mensen in zekere wetmatige golfpatronen kan worden weergegeven, en dus ook in zekere mate voorspelbaar is.

In het kader van dit artikel kunnen we hier helaas niet dieper op in gaan. De Elliot Golf Theorie is zeker niet onfeilbaar, maar heeft in de wetenschapswereld een aantal fascinerende dwarsverbanden gelegd, die de andere beursanalyses overstijgen.

Zelf meen ik dat Elliot de eerste was die de bepaalde vormconstanten in koersvorming heeft benut. Vormconstanten die werden bevestigd dank zij computers in de latere chaostheorie.

Figuur :
Choastheorie en vormconstanten: in de natuur komen vormen op grotere en kleinere schaal steeds terug terwijl het proces volstrekt chaotisch tot stand komt. De spiralen in een schelp komen overeen met die in een galactisch stelsel. Zie ook voorbeeld figuur: de varen.


De contraire marktopinie
Waarom keren markten als iedereen het met elkaar eens is? Het antwoord is eigenlijk eenvoudig: iemand vertelt pas zijn mening wanneer hij zelf daadwerkelijk gekocht of verkocht heeft. Het is immers logisch dat hij zijn mening nog niet kenbaar maakt als hij nog besluiteloos is…

Als 95% van de handelsgemeenschap elkaar koopadviezen geeft en het dus met elkaar eens is,  dan betekent dat eigenlijk dat de grote massa al heeft gekocht, en er dus een enorm verkooppotentieel boven de markt hangt! Het zal dan niet lang meer duren voordat dit leidt tot aanbod, verkopen en koersdruk: de markt zal keren. Het verkooppotentieel zal daarna afnemen.

Dit vormt een van de gegevens van de zogenaamde contraire marktopinie. Daarbij vergaart de onderzoeker van een groot aantal partijen de meningen om de gevoeligheid van de markt in beeld te krijgen. Ontdekt hij extremen, dan kan dit leiden tot een contraire transactie. Transacties tegen de gevestigde opinie kunnen helpen potentiële verliezen te keren.

In de praktijk bij VermogensPartner laten we u uiteraard zien hoe bovenstaande wetenschap kan worden geïntegreerd in een gebalanceerde strategie.

Keren wij terug naar het eerdere artikel en onze ‘stelling’: Is onze mening wel onze mening?. Wat is de is nu de feitelijke inhoud van onze intuïtie en instinct bij het nemen van beslissingen bij beleggingen, bij koop en verkoop? “Gut-feeling’ zeggen onze Amerikaanse neven zo plastisch.

Wat muizen ertoe beweegt om voor het zinken het schip te verlaten, is voor ons, mensen nog niet in kaart te brengen. Maar het helpt ons om de sterkte van onze analysemodellen te zien in het relatieve licht van ons eigen feilbaar handelen. Analyses zijn, zeker in de beursbranche, een onmisbaar hulpmiddel gebleken om tot goede bedrijfsresultaten en winsten te komen. Maar het blijft een hulpmiddel: ons eigen beslissen geeft altijd de doorslag.

Volgende keer zal ik ingaan op speculeren. Waarom speculeren mensen. Wat is het verschil tussen beleggen en speculeren. Speculeren als drijfveer maar ook als exces, met de roemruchte Florida Boom als voorbeeld.

Pim de Koekkoek

zaterdag 6 november 2010

De opbouw van een analyse

Menselijkheid
Het is een feit dat wij gegevens en data interpreteren naar een eigen werkelijkheid. Het is ook een feit dat wij vele van onze analyses toespitsen op datgene wat zich ook het gemakkelijkst tot analyseren leent. Tenslotte hebben we de hebbelijkheid om feiten achteraf te analyseren.

Als wij deze menselijke eigenschappen weten te herkennen zijn we al een flink eind op weg naar betrouwbare analysemodellen. Daarbij helpt het te constateren :

-         dat gegevens en data voor het grootste deel door mensen worden verzameld, waarbij menselijke (voor)oordelen en vergissingen een rol kunnen spelen;
-         dat er zeer veel patronen en verbanden zijn tussen verschillende data en feiten, en lang niet altijd de meest voor de hand liggende; 1)

1)      het duurde nogal een tijdje voordat we ontdekten dat de Aarde met alles erop en eraan niet meer was dan een onbetekenend planeetje aan de rand van de Melkweg in plaats van het stralend middelpunt van het universum.

-         dat oorlogen altijd gewonnen werden, door generaals die ze in hun memoires verwerkten.

Volgens het weerbericht
De betrekkelijkheid van analyses wordt misschien wel het mooist aangegeven met het weerbericht. Meteorologie is een erkende wetenschap, werkende met theoretische modellen, onderzoeksgebieden, analyses op lange en korte termijn, verfijnde computermethoden, satellietfoto’s…..

We weten hoe gebergten, warme en koude golfstromen in zee ons weerbeeld beïnvloeden. We betrekken wolkenformaties, depressies en hogedrukgebieden bij ons onderzoek. En toch kan het KNMI niet verder komen dan waarschijnlijkheidspercentages van hun verwachtingen. En een verstandige Nederlander houdt bij bewolkt weer maar beter een paraplu bij de hand. 2)

2)      In het najaar van 1987 werd Engeland getroffen door een van de ergste wervelstormen in haar geschiedenis. Volgens de BBC-weerdienst van de dag ervoor was er geen wolkje aan de lucht…

Vraag en aanbod
Niet veel anders ligt het bij het analyseren en bestuderen van de prijsfluctuaties in de beleggersmarkt. Vooral hier doet de vraag opgang welke factoren bestudeerd moeten worden. En dat zijn niet de meest zichtbare. Hier gaat het om de vraag: welke zijn de wortels van de huidige en toekomstige ontwikkelingen?

Net als bij het weerbericht hebben wij hier ook te maken met een complex aantal factoren, waarvan sommige merkwaardig overeenstemmen met de meteorologie. Wij spreken hier van een stabiel en instabiel (beurs)klimaat, en in de krant vonden we al de uitdrukking “het lagedrukgebied van de dollar, veroorzaakte een stevige koersval die menige handelaar deed bevriezen”. Het proza is wat zwaar aangezet, maar de vergelijking komt niettemin over.

De stemming op de beurs wordt in sterke mate bepaald door de verhouding tussen vraag en aanbod. In een analyse van dit ‘weerbericht’ moeten we een aantal factoren in overweging nemen, net als de meteoroloog de temperatuur, wind en bewolking registreert.

Bij het tot stand komen van een prijs spelen factoren mee als:

-         macro- en micro-economische ontwikkelingen die inwerken op bedrijfsresultaten, en ook op het sentiment van de beleggers;
-         handelstechnische factoren, zoals volatiliteit, futures e.d.;
-         grote of kleine incidentele factoren die voor korte of langere tijd storingen kunnen veroorzaken, zoals de berichtgeving over de dollarprijs, Amerikaanse begrotingstekorten, (inter)nationale politieke ontwikkelingen en conflicten

Maar er is een factor – de voornaamste misschien – die afwijkt van ons weerberichtvoorbeeld: het zijn steeds mensen die beslissingen nemen. Misschien snelle beslissingen, goede beslissingen, emotionele beslissingen. Maar de sleutelfactor blijft de mens.

Amerikaanse mid term verkiezingen
Bij wijze van een actueel voorbeeld van een recente analyse, die deze menselijke factor (verkiezingen en presidenten) in beschouwing neemt, treft u hier de link van een artikel op onze website “Obama uitzondering PresidentCyclus?”:


Wanneer wij de betrekkelijke relatie tussen mens en analyse onderkennen, zoals wij in dit artikel aangaven, dan kunnen wij hieruit betere analysemodellen en systemen ontwikkelen. Daar zal ik ook in komende artikelen aandacht aan besteden.

Met vriendelijke groet,

Pim de Koekkoek

maandag 11 oktober 2010

Is onze mening wel onze mening?

Over de manier waarop wij onze mening formuleren. Is die wel zo onpartijdig als wijzelf denken? Over informatievertekening en de noodzaak afstand in onze eigen waarnemingen en analyses te nemen. En de rol daarbij van de VermogensPartner.

“Informatie is gewoon een ander woord voor onze eigen mening”
                                                                                                            Alan Turing

De student en de professor
Analyse en analytische besluitvorming zijn belangrijke instrumenten bij ons zakelijk handelen. Maar komen zij ook “zakelijk” tot stand?

In 1967 voerde P.R. Wilson een eenvoudig experiment uit, met verrassende resultaten. Hij nam als proefkonijnen vier groepen studenten. Aan elk van deze groepen stelde hij een hen onbekende persoon voor, een zekere Mr. England.

Mr. England werd aan de eerste groep voorgesteld als student. De Tweede groep kreeg te horen dat hij een docent was. De derde groep vernam dat hij lector was, en de laatste groep maakte kennis met “professor” England.

Daarna vroeg Wilson zijn studenten een schatting te maken van de lengte van Mr. England. De uitkomst was vermakelijk, maar stemde toch wel tot nadenken: het bleek dat “professor” England gemiddeld 12,5 cm langer werd geschat dan de “student” England….

Dit experiment bevestigde de mening dat wij nauwelijks greep hebben op de wijze waarop meningen worden gevormd. En hoe onzeker de relatie tussen feit en mening is. Het vermoeden bestaat dat meer dan 80% van onze meningen op onbewuste wijze tot stand komt.

Vertekening
Een ander bekend experiment schotelde een aantal proefpersonen een serie van honderd woorden voor. Deze flitsten op een scherm voorbij, en wel zo snel dat ze praktisch onleesbaar waren. Ook hier was sprake van vier groepen.

Bij de eerste groep waren 20 woorden van agressieve strekking opgenomen. Dan kwam een groep van 40 woorden, een groep van 60 woorden, en tenslotte een groep, waarbij 80 agressieve woorden waren opgenomen.

Vervolgens werd elke groep gevraagd een levensbeschrijving te verzinnen bij een foto van een hen onbekende man. De uitkomst is nu geen verrassing meer: de mensen in de 80-woorden groep schreven een aanzienlijk “agressiever” rapport da die van de 20-woorden groep. Ook hieruit blijkt eens te meer dat de mens nogal informatievertekenend te werk gaat, waarbij ‘indrukken’ maar al te vaak het gezag van ‘feiten’ krijgen. Informatieverwerking gaat bijna altijd gepaard met informatieverkleuring.

Rien ne va plus!
Heel fraai komt deze vertekening van de werkelijkheid – die vaak tegen elk rationeel begrip ingaat – bij beoefenaren van gokspelletjes naar voren. Keer op keer geven onderzoeken aan dat spelers aan de roulettetafel zichzelf een eigen handelswijze – het systeem! – toedichten wanneer het balletje voor hen gunstig rolt. En als ze verliezen… dan was het de drukte, het publiek, de temperatuur, de croupier, ja zelfs de lichtval.

En heel wat proefpersonen menen dat bij het dobbelen de kans op een goede worp hoger is als zijzelf de stenen mogen hanteren. Winnaars van loterijen neigen er op den duur toe te denken dat zij hun prijs werkelijk hebben ‘verdiend’.

Het succes heeft vele vaders; de mislukking is een wees.

Afstand
De eigenschap om de werkelijkheid te vertekenen naar een eigen begrip, een eigen inhoud, is heel menselijk en algemeen. Per slot ‘is de mens de maat der dingen’, en hij meet ze af naar zijn eigen maatstaf, zijn eigen “ik”. Vermoedelijk wordt het verleden ook zodanig in ons geheugen opgeslagen, dat je er steeds zelf een heldenrol in speelt. Misschien kan dat ook moeilijk anders, want je kunt wel herinneringen delen, maar niet je geheugen.

Tegelijk leren de meeste mensen in de loop van hun leven echter ook om ‘afstand’ te kunnen nemen van die vertekenende werkelijkheid. Of haar te relativeren.

De basis van goede analysemodellen is dan ook: in de eerste plaats zich de beperkingen van onze ‘werkelijkheidszin’ te onderkennen. Wij worden meer beïnvloedt door ‘verhalen’ dan door ‘data’. De lessen geschiedenis raken ons minder dan een pikant roddeltje….
Wanneer wij dit onderkennen, zijn wij op den duur in staat ‘terug te redeneren’ naar de feiten. Op deze manier kunnen wij het beeld van onszelf, van andere mensen, maar ook van bedrijven, markten en marktmechanismen beter op een juiste waarde schatten.

Maar dan loert er nog een ander gevaar om de hoek: de analyse achteraf. De fatale zin die menig discussie deed verzanden en menige analyse om zeep bracht: “Ja, dat wist ik toch ook!”. De Pendant van deze volzin is dan ook steevast: “Als ik dat had geweten…..!”. Tussen deze twee uitspraken zijn vele mislukkingen ten grave gedragen.

Voorkomen is beter dan genezen
Eén van onze vijanden is klaarblijkelijk een willekeurige mening of anders gezegd de potentiële waan van de dag. En dat is een ´onzakelijkheid´ die we natuurlijk juist rondom ons vermogen niet mogen toestaan, dat kan immers kostbaar zijn. Hoe kunnen we willekeurige meningsvorming voorkomen? Het gebruik van vooraf geformuleerde technieken en criteria waaraan we objectief kunnen toetsen, én methoden om deze consistent te gebruiken ongeacht wat er wordt gezegd of gebeurd, kan ons wapenen tegen vergissingen die voortkomen uit te willekeurige meningsvorming.

Een vermogensbegeleider bij VermogensPartner beschikt over strategische vaardigheden en methodieken, en is daarbij tevens uw tweede onafhankelijke ‘oog’. Tweekoppigheid is een algemeen bekend werkbaar principe. Daarnaast maakt een VermogensPartner ook weer onderdeel uit van een organisatie met een interne controle en functiescheiding. Dat wil niet zeggen dat het benutten van zo’n samenwerking en de toepassing van methodieken als vanzelfsprekend lukt of gemakkelijk zal zijn. Maar veel keuze is er niet, uiteindelijke zijn zuivere analysetechnieken en rationele methoden de enige grondslag voor uw resultaat.

Pim de Koekkoek
VermogensPartner

zaterdag 11 september 2010

De Vermogensbegeleider als vak

Eens in de zoveel tijd ontstaat er een nieuw vakgebied. Deze vakgebieden worden vaak ingeluid door nieuwe ontdekkingen of innovatieve technieken en producten. Soms worden de oude toepassingen daarbij snel verdrongen, soms blijven de oude toepassingen bestaan en hebben zij een blijvend bestaansrecht. Wat heeft dat allemaal met de titel van dit artikel te maken?

Laat me dit illustreren met een aantal voorbeelden
De medische wetenschap heeft zich als vak ontwikkeld van medicijnman tot dokter tot specialist tot superspecialist. Alhoewel we beschikken over plastisch chirurgen, ooglasertechnici en dergelijke zijn de huisarts en de huis-tuin-en-keuken-middeltjes gebleven. Wat we zelf konden of leren, blijven we veelal zelf doen of gaan we zelf doen. Echter technieken van een niet alledaagse orde blijven vragen om gespecialiseerde ‘vak’-mensen en verdieping.

Zo werkt het ook, maar dan iets anders met een wat meer alledaags vakgebied elektrotechniek. Sommige technieken en toepassingen werden daarbij wél snel verdrongen. Zo is de zwart-wit-tv snel verdrongen voor kleur en de beeldbuis onderging recentelijk een dito lot toen de platte schermen op de markt kwamen. Ze gingen uit productie en zijn niet meer verkrijgbaar. Oude technieken maken dan plaats voor nieuwe en verdwijnen soms helemaal. Een techniek die veel langzamer is verdrongen is bijvoorbeeld de stoommachine en het gebruik van kolen. (En voor mensen die zo’n oud vak uitoefenen, betekent dat omschakelen geblazen, en dat is menselijkerwijs meestal niet eenvoudig).

Sommige behoeften en vernieuwingen zijn erg duidelijk, zoals bij de TV andere zijn we slechts latent bewust. Het definiëren van een behoefte of probleem en het vinden van een oplossing gaat niet altijd in een flits. Tekortkomingen, ziekten en problemen vragen om research- of onderzoekstijd.

Financiële planning en vermogensplanning
Alhoewel het soms lijkt alsof financiële planning als dienstverlening al eeuwig bestaat, is het pas kort geleden, sinds de opkomst van de computer, dat de financiële planner in de richting van een beroepsgroep is geëvolueerd. Zolang we nog met telmachines werkten, en dat was echt nog zo tot de jaren tachtig [..], was het aantal berekeningen dat nodig was voor een levenslange planning onmogelijk. Gewoon omdat het te tijdrovend was.

Ongebreidelde rekensnelheid in spreadsheets was de belangrijkste innovatie die aan de basis heeft gelegen van de ontwikkeling van persoonlijk financiële planning. Het doorrekenen en de mogelijkheid tot het leggen van overzichtelijke verbanden zorgden voor nieuwe en interessante doorkijkjes naar de toekomst waarmee een individuele klant van een financieel planner zijn voordeel kon berekenen. Naast de gewone financieel adviseur die productadvies en -verkoop tot stand bracht ontstond een ‘expert’ die alles in een totaaloverzicht met elkaar in verband kon brengen. De eerste spelers op dit speelveld konden zo een grote indruk maken op hun klanten. Gevolg was dat het financieel plan meer dan één product tegelijk kon distribueren, waardoor de extra werkzaamheden makkelijk bekostigd konden worden. Het mes sneed aan alle kanten.  

We typeren dergelijke nieuwe speelvelden soms met de term ‘de onafgegraasde weide’. In een ver ontwikkelde verdringingsmarkt zijn we er altijd, bewust of onbewust, naar op zoek..

De volgende generatie
De volgende generatie adviseur wordt geboren uit nieuwe generatie problemen. De financiële crisis maakt duidelijk dat er in de financiële sector op hoog en laag niveau een bepaalde bedrijfsblindheid is opgetreden. Als dit niet waar zou zijn dan hadden we er immers niet allemaal zoveel last van gehad. Hoe het ook zij, zowel overheden als markten met al haar deelnemers hebben een probleem als een boemerang naar zich terug zien slaan. Er was bijna geen ontkomen aan. Enorme vermogenreserves zijn verloren gegaan en dreigen nog verloren te gaan. Welke principes zijn over het hoofd gezien, hoe hadden we onszelf individueel of als maatschappij hiertegen kunnen beschermen? Wat waren of zijn mogelijke oplossingen?

We zoeken dan oplossingen die voor iedereen kunnen gelden, niet voor een kleine groep handige of wakkere handelaren. Een antwoord op deze vragen zou dan een nieuw vakgebied opleveren, zoals een loodgieter voor iedereen een oplossing biedt.

Klaarblijkelijk is een financieel plan alleen niet genoeg. Mensenlevens en markten zijn dynamische zaken en psychologisch gedreven. Vaak worden we meegesleept in slechte gewoontes omdat emoties de overhand krijgen op rationeel handelen. Hoe kunnen we ons beschermen tegen dingen als massagekte en hebzucht? Wie of wat kan ik nog geloven?

Eén ding is zeker, een constante alertheid is een belangrijke factor. Een ander ding is ook zeker. Zonder je gedrag te toetsen aan een vooraf bepaalde strategie is de kans groot dat je jezelf verliest in de waan van de dag. Monitoren, toetsen en begeleiden van vermogen en alle krachten die erop kunnen inwerken is een must gebleken. Dit is de volgende stap die binnen de financiële wereld kan worden toegevoegd om een herhaling van financiële schade en drama’s te voorkomen: de vermogensbegeleider.

Vermogensbegeleiding
Een vermogensbegeleider is geen vermogensbeheerder. Een vermogensbegeleider koppelt zich los van beheer en bewaar en is als zodanig met een ander of nieuw vak bezig. Het gaat de begeleider erom gezamenlijk objectieve en rationele keuzes te maken in het risicomanagement van iemands individuele welstandsituatie. Juist daar waar het de individu aan kennis en expertise ontbreekt en waar hij geneigd is zijn strategie uit het oog te verliezen. Of te worden meegesleept door snelle onafgewogen financiële tips of aanbiedingen: de stormachtige waan van de dag.

Hiervoor is nieuwe kennis vereist. Strategische kennis. Monetaire kennis. Kennis van asset classes, beheerstijlen, methoden van performance- en risicomanagement. Tot het niveau, dat gezamenlijk de constante rationele beoordeling van iemands portefeuille en doelstellingen kan worden gewaarborgd. Dit betekent dat we de verantwoording van goed beheer niet overdragen of van ons afschuiven, maar naar ons toetrekken en er meer verantwoordelijkheid voor moeten nemen. En dat lukt niet vanzelf, niet zonder de vereiste kennis.

Hier ontstaat de vermogensbegeleider als een speciaal soort huisarts, die kan scannen en een diagnose kan stellen, en met de uitkomsten de juiste specialisaties kan toewijzen en een duurzame evenwichtige toepassing ervan. Zoiets lukt niet alleen, samenwerking is het devies. Functiescheiding, training en opleiding, het juiste netwerk van specialisten zijn van het grootste belang.  Een nieuw niveau van dienstverlening wordt dan mogelijk binnen een nieuwe configuratie. Een nog onafgegraasde wei? Zo ja, dan zijn automatisch ook weer nieuwe en betere verdienmodellen mogelijk, voor de klant, maar ook voor de specialist. Specialiseren betekent echter veranderen en dat kost tijd, geld en energie. Dus wie de schoen past, trekke hem aan.

Pim de Koekkoek
VermogensPartner

Leer meer via  www.vermogenspartner.nl